Advies over spiegelreflexcamera's

De spiegelreflexcamera, ook wel SLR genoemd, is enorm veelzijdig. Zowel door beginnende fotografen als professionals, kan de camera gebruikt worden om tot spectaculaire resultaten te komen. Er zijn echter grote verschillen in kwaliteit en instellingsmogelijkheden tussen een instap en professioneel model. Welk model je ook kiest, een spiegelreflexcamera biedt je altijd enorme creativiteit, vrijheid en de keuze uit honderden accessoires. Bekijk aan de hand van de vragen op deze pagina welke spiegelreflexcamera de beste voor jou is.

Wil je liever meteen advies welke spiegelreflexcamera's wij adviseren in verschillende situaties? Bekijk dan Coolblue's keuze.

1. Welke sensor past bij jouw gebruik?

De sensor heeft veel invloed op de kwaliteit van het beeld. Maar waarom is dat eigenlijk? Allereerst kunnen we al verklappen dat het niet gaat om de megapixels. Een camera met 8 megapixels produceert fotobestanden waar je prima een afdruk van 30 x 40 cm mee kunt maken. Het gaat hier juist om formaat van de sensor. Er bestaan 2 formaten sensoren; de full frame-sensor en de APS-C sensor.

Cropfactor

cropfactor
Omdat de APS-C sensor 1,5 of 1,6 keer kleiner is dan de full frame-sensor, zal het brandpunt van het objectief ook 1,5 of 1,6 keer verder liggen dan bij een full frame-camera. Dat betekent dat je met een APS-C sensor 1,5 of 1,6 keer verder bent ingezoomd.

Voorbeeld: Plaats je een 28 mm objectief op een camera met een 1,6x cropfactor? Dan vermenigvuldig je 28 mm met 1,6 (28 x 1,6 = 44.8). Het objectief heeft op deze camera dus een werkelijke brandpuntafstand van 44.8 mm.

Spiegelreflexcamera's met een:
APS-C sensor
full frame-sensor

2. Ga je bewegende onderwerpen fotograferen?

Is je onderwerp vaak in beweging? Dan heeft je camera de snelheid nodig om deze beweging vast te leggen. De snelheid waarin een camera kan fotograferen wordt aangegeven in het aantal frames per seconde (fps.).

De meeste instapcamera's zitten rond de 3 frames per seconde, wat voldoende is onder normale omstandigheden. Hiermee kan je bijvoorbeeld je rondrennende kinderen of je huisdieren fotograferen.

Wanneer je serieuze actie wilt fotograferen, heb je een snelheid nodig van 5 fps. of meer. Hiermee kan je bijvoorbeeld sportwedstrijden fotograferen, of vogels in hun vlucht vastleggen.

Wanneer het onderwerp in grote vaart voorbij komt, moet de camera heel snel zijn om het in focus te brengen. En wanneer je dit onderwerp ook nog eens wilt volgen en er meerdere foto's van wilt maken, moet de camera dus constant scherpstellen.

De processor is onder andere verantwoordelijk voor het verwerken en het opslaan van de beelden. Dit doet de camera door de beelden eerst in een buffer te plaatsen en ze vervolgens weg te schrijven naar de geheugenkaart. Als de processor hier niet snel genoeg in is, zal de buffer snel vol zijn. De camera kan dan geen foto's meer maken, tot hij klaar is met het verwerken van de beelden.

Spiegelreflexcamera's met een snelheid van:
meer dan 3 fps.
meer dan 5 fps.

3. Hoe kies je een objectief?

Bij de meeste spiegelreflexcamera's wordt een kitlens meegeleverd. Dit objectief is ontworpen als een allroundobjectief en zal in de meeste situaties goed te gebruiken zijn. Je zal vanzelf merken dat niet alles wat je wil fotograferen lukt met dit standaardobjectief. Ver inzoomen om een wild dier te fotograferen zal bijvoorbeeld niet gaan. Bekijk waar je tegenaan loopt en kies vervolgens het objectief wat dit wťl mogelijk maakt.

Wat zijn de beperkingen van het standaardobjectief?

  • Het maximale diafragma is niet erg groot. Meestal f/3.5 of 5.6. Dit betekent dat de lens minder goed inzetbaar is in situaties met weinig licht, waar je toch een snelle sluitertijd nodig hebt.
  • Het bereik van de lens is beperkt. Je kunt met een standaardobjectief niet ver inzoomen.
  • De beeldkwaliteit en het bereik van het standaardobjectief is niet geoptimaliseerd voor ťťn specifiek doel. Zo kun je bijvoorbeeld geen macro-opnamen maken. Hier heb je een macro-objectie voor nodig, dit objectief is speciaal voor dit doel ontworpen. Bekijk de keuzehulp voor objectieven, om per situatie te bepalen welk objectief je nodig hebt.

Alle objectieven voor:
APS-C spiegelreflexcamera's
Full frame-spiegelreflexcamera's

Advies over objectieven

4. Hoeveel instellingsmogelijkheden wil je hebben?

Iedereen die wel eens met een camera heeft gewerkt kent hem wel: de groene stand. Dit is de automatische stand van een camera. Het is heel gemakkelijk om de camera in deze stand te laten staan, want je hoeft dan zelf niet na te denken over de juiste instellingen. Maar om je foto's beter te maken kies je voor één van de vele handmatige instellingsmogelijkheden.

Het aantal in te stellen knoppen is afhankelijk van de uitvoering van je camera. Een instapmodel heeft veel minder knoppen op de body zitten dan een professioneler model. Vaak zal je bij een instapcamera verder het menu in moeten om bepaalde aanpassingen te doen.

Basisinstellingen
De juiste belichting kan een foto eenvoudig veranderen van een vlakke, fletse foto, naar een levendige foto. Er zijn verschillende manieren om de belichting van een foto aan te passen. Dit zijn de drie meest belangrijke:

Met het diafragma (A op het instelwiel) bepaal je de grootte van de lensopening. Dit wordt aangegeven met een f-getal. Des te groter de opening, des te meer licht je naar binnen haalt. Een grote diafragmaopening wordt aangegeven met een klein f-getal; hoe dichter bij de 0, hoe groter de opening. Een diafragma van f/1.4 is dus erg groot.

Met de sluitertijd (S op het instelwiel) bepaal je hoe lang de sluiter open blijft staan. Dit is instelbaar over een groot gebied: bijvoorbeeld van 1/2000e tot 2 seconden. Dit bepaalt de tijdsduur dat de beeldsensor wordt blootgesteld aan licht. Wanneer een foto te kort wordt belicht is hij te donker. Wordt een foto te lang belicht, dan zal de foto te licht zijn. We hebben het dan over onder- en overbelichten.

De ISO-waarde is een hulpmiddel wanneer het licht niet toereikend is. Wanneer je korte sluitertijden wil gebruiken, maar het is eigenlijk net iets te donker, dan kan je de ISO-waarde verhogen. Bij het verhogen van de ISO-waarde versterk je ook de eventuele ruis die in een foto aanwezig is. Des te hoger de ISO-waarde, des te groter de kans op ruis.

5. Wil je ook kunnen filmen?

De meeste spiegelreflexcamera's kunnen naast fotograferen ook filmen. Alle modellen hebben hiervoor een automatische stand, waarbij de camera zelf alles regelt en scherpstelt. Dit is voor de meeste familiefilmpjes en vakantieverslagen voldoende.

De zoomring van een spiegelreflexcamera werkt tijdens het filmen hetzelfde als tijdens het fotograferen. Wanneer je tijdens het filmen wil in- of uitzoomen, moet je aan het objectief draaien. Deze beweging kan terug te zien zijn in je film. Om de camera tijdens het filmen stil te houden, is het raadzaam om gebruik te maken van een statief of stabilisator.

Eén van de grote voordelen van het filmen met een spiegelreflexcamera is dat je heel nauwkeurig kunt focussen. Het is dus niet de camera, maar jijzelf die heel bewust kiest welk onderwerp scherp in beeld komt. Daarnaast kan je hele mooie creatieve beelden schieten, door de focus van het ene naar het andere onderwerp te verleggen. Dit geeft een typisch filmeffect.

Alle accessoires voor filmen met een spiegelreflexcamera

Vragen?

Heb je aanvullende vragen of wil je graag meer advies over spiegelreflexcamera's? Onze klantenservice staat 7 dagen per week voor je klaar.

Eerder bekeken door jou